1700-1900: Onbegrepen resonanties

Begin achttiende eeuw. De rijke Amsterdammer François Hinlopen († 1721) liet zijn paarden en koeien grazen op de weilanden en heidevelden rond zijn hofstede Oud-Bussum. De erfgooiers hielden hem en zijn beesten op hardhandige wijze tegen. François was immers geen erfgooier en dus mocht hij zijn rundvee en paarden niet laten grazen op erfgooiersgrond.

De overheid wilde toen wel eens weten wie dat waren, erfgooiers … en op basis waarvan zij zich gedroegen als eigenaren van Gooise gronden. De overheid gaf opdracht tot een namenlijst van erfgooiers (1708) en de vervaardiging van enkele kaarten van Gooiland (1723) waarop de omvang van de erfgooiersgrond precies te zien was. Het werkte averechts, want de erfgooiers hadden nu in woord en beeld hun bestaansrecht aangetoond. De lijst was sedertdien de basis voor de toekenning of bevestiging van het erfgooierschap. Het was echter wachten op de volgende twist. In 1836 en 1843 wist de Hilversumse notaris Albertus Perk (1795-1888) de overheid en de erfgooiers tot grondruil te bewegen. Op die manier dacht hij de angel uit het sluimerende conflict te halen. Er ‘verdween’ een groot deel erfgooiersgrond naar de overheid. De erfgooiers kregen het overgebleven deel in volle eigendom.